Geschiedenis

De geschiedenis van Café Aurora

Letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het dorp: café Aurora aan de Raadhuisstraat 10 in Grevenbicht. Welke Beegtenaar is hier niet over de vloer geweest? Vele generaties dronken hier hun eerste biertje. “Voor de prijs van Fl. 1255,- (zegge twaalfhonderd vijfenvijftig gulden) kocht Jan Frans Savelkoul op 6 februari 1863 een pand aan de toenmalige Houtstraat te Grevenbicht onder nummer 137, bestaande uit een huis, een stal, schuur, bakhuis, tuin en een boomgaard. De overdracht vond plaats tijdens een openbare verkoop in het café Peter Zanders aan de Markt 113 te Grevenbicht, waar bezittingen verkocht werden van de familie Brouwers, die het pand bewoonden.

Emigratie
Enkele familieleden hadden namelijk het plan opgevat om naar Amerika te emigreren. De familie Brouwers bestond uit de broers Johannes Hubertus, die herbergier van beroep was (waarschijnlijk op de plaats van café Aurora), Daniël Werkman, Hubertus, Hendrikus en Maria Cecilia Brouwers die op dat moment echter al was overleden. Zij was getrouwd geweest met Leonardus Raedschelders met wie ze kinderen had. Al deze kinderen Brouwers waren weer nazaten van Henricus Brouwers en Cornelia Vedders (Veeders). De koop werd gesloten ten overstaan van Notaris Hupkens uit Urmond.

Beloofde land
Met de opbrengst van de verkoop betaalden enkele leden van de familie nog in hetzelfde jaar de overtocht naar het beloofde land in het noorden van Amerika, waar zij met vele andere emigranten uit deze provincie terechtkwamen in de staat Minnesota. In een opgave van het Rijksarchief Limburg te Maastricht treffen wij onder de emigranten naar de Verenigde Staten van Amerika in het jaar 1863 de namen aan van Hendrikus Brouwers (60 jaar), Hubertus Brouwers (63 jaar) en ene Joseph Brouwers (53 jaar) die met zijn vrouw en twee kinderen zijn geluk gingen zoeken in de “Nieuwe Wereld”. De eventuele familie relatie tussen de laatste de twee eerstgenoemde is niet duidelijk. Ook Leonard Raedschelders (53) sloot zich met zijn vier kinderen aan bij zijn zwagers.

Karreweg
Naast het huis liep een karreweg om achterlangs binnen te komen, die verder voerde als voetpad en verbinding gaf met de Heilig Kruisstraat waar de H.Kruiskapel lag. Het pad kwam naast deze kapel uit. Om het eigendomsrecht te behouden, moest om een bepaalde tijd het pad worden afgesloten, wat dan werd gedaan door het plaatsen van een paal midden op het pad. Deze paal moest dan enkele dagen blijven staan. Zo niet, dan kwam het eigendomsrecht aan de gemeente Grevenbicht te vervallen.

1849
Op een kaart uit het jaar 1849 van de toenmalige gemeente Grevenbicht staat huize AURORA ingetekend als laatste huis, gezien vanuit het centrum richting Obbicht, aan de rechterzijde van Kromme Houtstraat. Verder lag er richting Obbicht in die tijd nog maar één woning en wel aan het kapelletje op de Kempen, het huis waar later de familie Grijs woonde.

Grote verbouwing in 1950
Afgezien van enkele kleine aanpassingen was aan het pand bijna tachtig jaar niets veranderd voor de eerste grote verbouwing in mei 1950. Het café was niet groter dan een uit de kluiten gewas­sen woonkamer met enkele tafels, houten- stoelen en banken langs de muur. Een houten buffet van ongeveer 2,5 meter diende als toog met eronder een bierkelder voor de vaten. Heel vroeger werd het bier nog uit kannen gegoten. Dit buffet heeft na de verbouwing van 1950 nog jarenlang dienst gedaan als hulpbuffet bij carnaval en kermissen. In vroeger dagen werd het café voor het weekend altijd geschrobd en de houten vloer met wit zand bestrooit.

Slaapplaats voor de bevrijders
Tijdens de bezetting in de tweede wereld oorlog diende het café een tijdlang als distributiekantoor waar de inwoners van Grevenbicht hun bonnen konden afhalen. Later diende het als slaapplaats voor de bevrijders. Dit blijkt uit een betalingslijst voor inkwartiering van dato 13-12-1944 voor het onderbrengen van onderofficieren c.q. soldaten voor een tijdvak van 7 dagen. Hier handelt het zich hoogstwaarschijnlijk om Amerikaanse soldaten. Verder komen er verschillende andere onderbrenginglijsten voor, waarbij het gaat om Engelse militairen die daar door het Ardennenoffensief de Amerikaanse militairen uit Grevenbicht werden teruggetrokken en vervangen door Engelsen.

Zo lagen er op nieuwjaarsdag en op 2 januari 1945 acht 8 soldaten, tussen 6 en 16 januari 1945 vier militairen, tussen 5 en 8 februari 1945 ook weer vier man, en de laatste vertrok op 26 februari 1945. Als er veel manschappen waren, werden de banken op hun zij gelegd, en tussen de bank en de muur kwam stro te liggen waarop geslapen werd. Hier hebben Duitse, Amerikaanse en later Engelse soldaten geslapen.

Zaal
In de hoek bij het buffet was de trap naar boven naar de “zaal” waar de harmonie haar repetities hield. In het begin had men nog niet de beschikking over genoeg stoelen, zodat er staande werd geoefend. Elk half uur had men vijf minuten pauze en kon men rusten op de eveneens langs de muur geplaatste banken.

‘Zaal’ was eigenlijk een groot woord, want deze ruimte was even groot als het onder gelegen café en men kan zich voorstellen dat dit naar huidige maatstaven weinig of niets voorstelde.  Verder bevonden zich boven ook diverse slaapvertrekken, die via een andere trap in huis ook te bereiken waren.

Vergunning voor verkopen van sterke drank
Harie Savelkoul ontving op 2 december 1881 een vergunning van de gemeente Grevenbicht voor het verkopen van sterke drank in de “Kamerlings neffen den ingang voor onder en boven” en betaalde daarvoor fl.20.- voor een jaar.

Rechts naast de ingang lag de “goede of grote kamer” die afgesloten werd door een grote deur naar het café en die alleen bij speciale gelegenheden werd gebruikt zoals communiefeesten, trouwerijen, en dan werd meestal de schuur ontruimd en op den “Dén” gefeest en gedanst, met kermis, want dan kwam de hele familie van heinde en verre op de vlaai, en bij overlijden.

Deze kamer werd afgesloten door een grote dubbele deur die na de verbouwing van 1950 dienst heeft gedaan als toegang naar de zaal. Aan de andere zijde van het café bevond zich de “kleine kamer”, die enkele vierkante meters kleiner was dan de “grote”. Deze werd in het dagelijks gebruik vaker ingeschakeld als zitkamer of als er gewoon bezoek kwam.

Het ‘good’
Buiten naast de herberg was “Het Good” dat afgesloten werd door een grote poort, die wederom was voorzien van een kleiner dubbel poortje. Dit was noodzakelijk omdat op dit “good” zich ook het “toilet” bevond, een groot woord voor het “Huuske” met een plank met gat boven de gierkelder met een groene deur met het bekende hartje in uitgezaagd, en in de hoek een pissoir die in de hete zomerdagen vreselijk kon stinken. Op het “good” stond, voor de keuken, de pomp met een Arduinen pompsteen. Die pomp werd in de winter altijd met een dik pak stro ingepakt om bevriezing te voorkomen, daar dit de enige watervoorziening in huis was.

‘Schuregaat’
In het verlengde van het erf lag de schuur, met rechts het “schuregaat” met rechte houten ladder, waarin de zomer het hooi en stro werd ingereden en waar plaats was voor een hekstelmachine om het stro te hekselen als voer onder de gemalen bieten voor het vee. Dit alles was ook met een grote poort afgesloten.

Op het erf achter rechts in de hoek was de deur van de waskeuken, want bij zo’n groot huisgezin -in 1917 bestond het uit 16 personen- viel er nogal wat te wassen. Deze mondde weer uit in de paardenstal waar plaats was voor een trekpaard.

Den aere 
Links op het erf was de ingang in de woning door een lange wit gekalkte en met rode plavuizen belegde gang, “den aere” genoemd. Aan het einde daarvan was rechts een deur die toegang gaf tot het gangpad achter de voederbak van de koeienstal, die trouwens ook vanuit de schuur te betreden was, er waar plaats was voor een vijftal beesten. Door die voedergang komt men in de aardappelenkelder met daarboven de “Kaafzölder” komen. Er was ook nog een deur van de schuur in de koeienstal en een die uitkwam op de “wei”. Volgens een opgave van de gemeente stonden in het jaar 1917 in de koeienstal 3 melkgevende koeien en 4 jong hoorn­vee, in de vorm van runderen en kalveren.

Koowei
In vroeger dagen gingen deze dieren iedere dag naar een gemeenschappelijke weide op de “Koowei”. De beesten werden dan ‘s ochtens in de stal losgemaakt en liepen uit eigen beweging naar de “Maaskoel”, waar ze werden opgewacht door de “Kooheart” die ze dan verder de hele dag onder zijn hoede nam. Bij het vallen van de avond bracht hij ze weer terug aan de “Maaskoel” en vervolgde iedere koe haar weg naar haar betreffende stal.

Linksachter aan de witte gang met rode plavuizen was de toegang tot de keuken, waarin Tilke Esser, de vrouw van Harie Savelkoul, heerlijke gerechten maakte.

Slaapvertrekken
De gang mondde uit in een halletje waar een tweede trap naar boven naar de slaapvertrekken voerde. Rechtdoor was de slaapkamer van Harie Savelkoul en zijn vrouw Tilke, die door een deur weer in verbinding stond met de “Klein Kamer”, die dienst deed als huiskamer. Bij het trouwen van Pierre en Fina Savelkoul-Bohnen moest er plaatsgemaakt worden en kregen de pas gehuwden de ouderlijke slaapkamer als woonkamer c.q. keuken tot hun beschikking. Hier hebben ze de eerste elf jaren van hun huwelijk doorgebracht, met links in het halletje een opkelder dat als slaapkamer fungeer­de. Onder de opkelder lag -de naam zegt het al- de gewelfde kelder, die in de tweede wereldoorlog met twee tot drie huisge­zinnen vaak overvol was.

Mestem
Achter het huis lag de “wei” waar lang een manege heeft gestaan, waarin een paard werd gespannen en zo de bietenmolen of het hekselmachine in beweging werd gebracht en gehouden. Ook lag daar de “mestem” (mestvaalt) en bevond zich aanslui­tend aan de paardenstal een “sjop” (afdak) voor de kar en ander materiaal. Hiernaast lag de “hennenstal” waar de kippen in konden overnachten en hun eieren leggen, want zij liepen de rest van de dag vrij rond als echte scharrelkippen.

Moestuin
Achter de “wei” lag nog een grote moestuin die in latere tijd begrensd werd door de tennisbaan van dokter Duijsens. Een grote tuin die dienst deed als moes- en bloementuin. Nou ga ik er van uit dat er niet veel bloemen in gestaan hebben, maar wel met een grote “Paumestroek”. Op een gedeelte van deze tuin heeft Rang, de oudste zoon van Harie en Tilke Savelkoul-Esser, in de jaren vijftig een huis gebouwd.

De “wei” werd afgesloten door een ijzeren hekwerk. Dit hekwerk heeft later jarenlang dienst gedaan als afsluiting van een wei aan de Jodenberg die toebehoorde aan de jongste telg van Harie namelijk Mia Hendrix-Savelkoul.

Riolering
Dit was de situatie zoals ik ze mij kan herinneren. Ik heb het dan over de situatie rond 1945. Doch mijn neef Chel Savelkoul jr., die een jaar of 15 ouder is, wist zich na lezen van dit verhaal ook nog andere locaties te herinneren van rond 1935. “Het good” was veel groter dan ik het gekend heb, dit door het feit dat het stuk tot aan de schuur rond 1935 werd afgebroken en Chel Savelkoul Sr., de zoon van Harie en Tilke, plaats had om een woning te bouwen. Zo lag direct naast de ingangspoort de WC voor de klanten van het café met ernaast de beerput om alles te kunnen afvoeren naar het land, want riolering was in die tijd voor Grevenbicht nog onbekend.

Naast de beerput lagen nog twee kleine stallen en in de hoek het bakhuis, waar de wekelijkse voorraad brood en voor de feestdagen de vlaaien werden gebakken. Verder richting schuur het kippenhok, wat later naar achter in de “wei” verhuisde, met er naast de varkenstal, voor de nodige vleesvoorziening.

Dan kwam het toilet voor familiair gebruik met daarnaast nog een stalletje. Ter hoogte van de schuur was aan de schuur vast een doorgang naar de bietenkelder en naast de doorgang de paardenstal met een deur op het erf. Chel Savelkoul jr. heeft van de benedenverdieping een schets gemaakt zoals hij huize Aurora had rond 1935. En deze tekening wil ik u niet onthouden.

Verbouwing
Na de tweede wereld oorlog was er toch behoefte aan enige veranderingen, daar de harmonie ook groeiende was en het bovenzaaltje al vlug te klein bleek. Na het overlijden van Harie Savelkoul werd alles verdeeld en zo kreeg dochter Mia het café. Pierre Savelkoul, die altijd de boerderij had gedaan, startte in 1939 een melkzaak en zodoende kwam er meer ruimte vrij van de boerderij, zodat het “schuregaat” werd omgebouwd tot repetitieruimte voor de harmonie. Ook begon einde jaren veertig Rang en To Savelkoul-Thissen er zijn eerste “Restau­rant” in de vorm van een frituur in de waskeuken wat hij later uit­breidde naar het verbouwde schuregaat, en op zaterdagavond mosselen klaarmaakte en verkocht. Het waren toen nog prijzen, zoals een frites van 10 cent met 5 cent mayonaise, en dat was lekker.

In het voorjaar van 1950 was het dan zover en werd door de eigenaars Wil Hendrix en Mia Savelkoul op rigoureuze wijze de mokerhamer in het pand gezet wat zou leiden tot een grote modernisering van huize AURORA. Mia’s broer Pierre, die tot dan enkele kamers bewoonde, had een huis aan de H. Kruisstraat gekocht en zou in mei verhuizen. Dit dreigde door een acute blindedarmontsteking bij Pierre bijna in het water te vallen. De laatste nacht dat Fina Savelkoul-Bohnen met haar zoon in AURORA overnachtte scheidden hun enkel nog het behang van de buiten­lucht.

Gemetseld buffet
Eerst werd de keuken vergroot en de bovenetage uitgebreid. Hierdoor kwam de waterpomp binnenshuis te vallen en werd er op de leiding van deze pomp in de nieuw gebouwde kelder onder de keuken een hydrofoor geplaatst en aangesloten, zodat er in het hele pand van stromend water kon worden voorzien, wat in die dagen een unicum voor Grevenbicht was daar stromend water alleen in de Maas was. Tussen de “Grote kamer” en de nieuwe keuken werd een deur gemaakt en de dubbele deur werd er uit gehaald voor tussendeur van de nieuwe zaal en het café. Hierdoor werd de “Grote kamer” woonkamer voor het gezin Hendrix dat voorheen altijd in de keuken had gewoond. De “Klein kamer” werd bij het café getrokken zodat er een L- L-vormige geheel ontstond van de gelagkamer. In het café verrees een voor die tijd modern gemetseld buffet met twee tappunten en diverse koelingen die de eerste tijd wel nog op staven ijs werkten.

Moderne toiletten
De woning van Pierre en Fina ging tegen de vlakte evenals de stallen en de schuur. Hier werd een echte zaal neer ge­pland. Bij deze verbouwing werd een stuk van ongeveer drie meter afgegeven aan buurman, broer Chel, voor het bouwen van een garage en het maken van een oprit. Daar viel ook het oude toilet en de oude waskeuken (frituur) in.

Waar Pierre gewoond had, werden moderne wc’s gemaakt, die heden ten dagen nog aan de eisen des tijds voldoen. Aan de Kapelweg zijde kwam een aparte ingang met dubbele deur en een heus loket, wat nooit gebruikt werd en veranderde in een rommelhokje. Later is dit bij de damestoiletten getrokken. Aan de andere zijde werd een balkon gemaakt boven de nieuwe waskeuken en daar werd de trap, die vroeger naar de zaal boven het café leidde geplaatst. Die staat daar heden te dagen nog. Dit balkon is voor zijn eigenlijke doel weinig gebruikt en diende meer voor opslagplaats van de harmonie.

Van herberg naar zakenpand
Van de vroegere bovenzaal werden slaapvertrekken gemaakt voor de kinderen en voor latere pensiongasten die vanuit Holland i.v.m. ontgrindingen aan de overzijde van de Maas kwamen werken en bij Wil en Mia Hendrix-Savelkoul in “kost” waren. Van de rest van de oude boerderij bleef niets heel en de verbouwing veranderde het totale aanzicht van het pand dat veranderde van een boerderij met herberg in een echt zakenpand waar het goed toeven was.

Overdracht van eigendom
Tot in 1980 exploiteerden Mia en Wil het café-restaurant, om met pijn in het hart, wegens hun leeftijd en geen opvolging het over te doen aan de familie Quadt-Abetum, die op hun beurt de zakelijke leiding in 1983 weer overdroegen aan Hein en Els Donders. Al deze tijd bleef de zaak in handen van nazaten van de eerste eigenaar Jan Frans Savelkoul , tot op maandag 28 decem­ber 1992. Na bijna 130 jaar na de aankoop ging het eigendom over naar Hein en Els Donders. 130 jaar was er geschiedenis geschreven in huize AURORA waar ieder zich als een kind van het huis beschouwde. Gelukkig hebben Els en Hein dit gevoel steeds weten te bewaren.

Hein en Els moderniseerden verder door de woonkamer ook nog bij de gelagkamer te trekken, de zaal weer geheel te verbouwen en te draaien in een andere richting, zodat deze weer groter werd. Er kwam geluidsisolatie en airconditioning met rookafzuiging en ook werd er een nieuwe tapinstallatie geplaatst met vaten met een inhoud van duizend liter bier.

Eerbetoon aan stichter
Het café hebben zij mooi aan gekleed met oude foto’s en gebruiksvoorwerpen. Ron en Astrid Colaris, die in januari 2004 het stokje van Hein en Els overnamen, hebben hier gelukkig niets aan veranderd. Hun opvolgers Jeroen en Wendy Kerkhoff eveneens niet. Het mooiste eerbetoon aan de stichter van café AURORA vind ik wel het feit dat bij de renovatie van de voorgevel, uitgevoerd door Hein en Els, nog een inscriptie tevoor­schijn kwam met het opschrift J.F.S. A.C.S. 1864, en dit in de gevel extra naar voren werd gehaald als eerbetoon aan Jan Frans Savelkoul en Anna Catharina Salden.”

Beeg.nl